Vrije teksten

Op deze pagina kan u genieten van de literaire meesterwerkjes van de kinderen uit onze klas.


54 jaar later (door Zita) 

"Hoe berekenen we km per u? Om het te berekenen gaan we altijd met een tabel werken. Je gaat goed naar je gegevens moeten kijken. Aan de hand van je gegevens zul je het juiste antwoord vinden. Gaston weet jij hoe je het berekent?" "Ja, waarom kan Willy niet schommelen?" "Ha, ha, ha die is echt goed Gaston! Ha, ha, ha." Zo was het vroeger toen Hannes nog in een klas zat. Hij maakte zeer veel lol in de klas van Kim/Hannes. Maar nu is het helaas anders. Ondertussen zijn er al heel wat jaartjes bijgekomen. Laat zeggen 54 jaar later. Toen Hannes nog les gaf aan die super toffe klas, stak hij als de jongste leerkracht overal boven uit. Maar ondertussen kun je hem al niet meer jong noemen. Hij is namelijk al 80 jaar oud. Met die lange grijze baard en wat grijs haar zit hij in een schommelstoel met een dik boek voor zich. Zijn klein leesbrilletje blinkt op zijn neus. Zijn vrouw Helena ziet er ook niet al te jong meer uit. Zij zit in de zetel met een paar breinaalden voor zich en een bolletje wol naast zich. Ze is een lekker warme sjaal aan het breien voor als de winter er aankomt. Het ziet er zeer gezellig uit, vind ik persoonlijk. Zo is het leven van Hannes nu. 
Plots stormt er iemand naar binnen pakt Helena en is weg. Voordat Hannes iets kan doen, is ze al weg. Wat moet ik nu doen?

                                                                                                      Wordt vervolgd
 54 jaar later, deel 2 (door Zita)


Hannes zijn eerste gedachte was: ”Ik moet naar de politie!” Hij vertrok meteen. Zo snel als hij kon, liep hij naar de politie. Eenmaal aangekomen vertelde hij zijn verhaal. Maar 2 minuten later werd hij buiten geschopt. “Ik hoef geen onzin te horen van oude venten zoals jij!”, kreeg hij te horen. “Hoe is da toch mogelijk”, dacht hij. “Nu moet ik haar zelf nog gaan zoeken ook.” Hij ging snel naar huis, nam wat kleren en een mand vol eten en vertrok. Hij liep langs straten waar hij nog nooit was geweest. Als het bijna avond was, kwam hij bij een bos dat hij nog nooit had gezien. Het was precies alsof het er plots, ineens, zomaar verschenen was. Hij dacht: “Ik moet het bos in. Het is tenslotte de ideale plek om mijn allerliefste Helena te verstoppen.” Hij wikkelde nog een deken om zich heen en wou het bos instappen. Daar zou hij een zachte plek zoeken om wat te slapen en te eten. Net toen hij in het bos wou stappen, zag hij een schim in het bos. Snel liep hij de andere kant op en verstopte zich. Vanuit zijn schuilplaats bespiedde hij de schim. Hij keek goed en zag er een gedaante in. Maar om op zo'n leeftijd nog stil te zitten was niet gemakkelijk. Hij verschoof zijn voet en dat maakte nog al een beetje lawaai. Geschrokken bleef hij stokstijf zitten en toen hij weer opkeek was de schim verdwenen. Hij kwam te voorschijn en was nu vastbesloten het bos in te gaan. Hij zette zijn voet in het bos en toen gebeurde er iets… Hij voelde een tinteling door zijn lichaam en werd verblind door fel zonlicht...


                                                                               Wordt vervolgd


Bolli (door Zowi)

Er was een eens een bol.
Die bol zijn paspoort zag er als volgt uit:

naam: Bolli
geboortedatum: 19 september 2009
geslacht: man





Bolli is 5 jaar.
Bolli houdt ook heel erg veel van mopjes.
Dat vindt hij pas echt funny!
Op 24 november ging Bolli naar school. Het weekend was voorbij en Bolli kon weer doen wat hij het liefst van al  heel de dag zou doen, mopjes vertellen en ernaar luisteren.
Bolli zei tegen zijn vrienden: “Oh ken je die? Een gierige man stapt een apotheek binnen en vraagt een goedkoop middel tegen de hik.
De apotheker gaf hem een flinke klap in 't gezicht .
“Dat helpt gewoonlijk  en het is super goedkoop”, zegt de  
apotheker.              
“Dat is best mogelijk”, zegt de man, “maar het was eigenlijk voor mijn vrouw!”
“Hahahahahahahaha”, klonk er uit de monden van Bolli's vrienden.
Ze vonden hem aanstekelijk grappig!
Jammer, de bel ging.
Alle bollen gingen in de rij staan, ze deden treintje.
Alle bollen van de 3de kleuterklas zongen akkeakketuuttuut.
Zo gingen ze naar de klas.
Toen Bolli en zijn klasgenootjes van de 3de kleuterklas de klas zagen, liepen ze direct naar de lage kapstokken.
Al die kleine bolletjes probeerden hun jas uit te doen, maar dat ging niet zo gemakkelijk.
Toen ze daarmee klaar waren begeleidde de juf, haar 
oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo
leerlingen naar hun plaats.
Bolli zat naast Brownie en Rouge.
Brownie en Bolli waren best friends forever ( BFF ).
Ze kenden elkaar al van uit de crèche.
Voor Bolli zat Roza, Bolli had een klein oogje op Roza.
Roza en Rouge waren ook beste vriendinnen, zij kenden elkaar nog niet zo lang omdat Rouge Frans is, wat je hoort aan haar accent.
Rouge woont hier nog maar 2 maanden en ze kan nu al wat beter Nederlands spreken.
De juf heette Maria.
Maria zei: “Pak jullie stiften maar, want we gaan nu een olifant tekenen.”
“Is dat dat beest met die lange slurf en die dikke poten?”, vroeg Rouge.
“Ja, dat dat klopt”, kreeg ze als antwoord van de lieve juf.
Rouge tekende een rode hartjes olifant.
Die was prachtig!
Bij Bolli ging het minder gemakkelijk.
Hij tekende de slurf zoals de krulstaart van een varken.
De juf kwam rond, om te kijken of de tekeningen mooi waren.
Maria vond ze allemaal prachtig, zelfs die van Bolli!
Het was etenstijd.
Het eten was pasta met tomaat.
Na het eten gingen de kleutertjes gaan slapen.
Bolli geraakte maar niet in slaap!
Hij kon alleen maar denken aan die mooie roze Roza.
En aan mopjes.
Het was 13:30.
De bollen moesten opstaan.
Bolli ging naar de zaal.
Daar zag hij zijn ouders.
Hij liep naar ze toe en vertelde de hikmop.
Ze barstten allebei in lachen uit.
Wauw, die vonden ze zo te zien wel erg grappig.
Bolli ging naar huis.
 De volgende dag...
Bolli kwam op school en.... niemand keek naar hem!
Wat was er gebeurd?
Hij ging naar zijn beste bruine vriend Brownie.
Bolli vroeg aan Brownie wat er was.
oooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo
Waarom deed iedereen zo afstandelijk tegen Bolli?
Brownie vertelde het hele verhaal: “Jack was het! Jack heeft de hele kleuterklas wijsgemaakt dat jij de ergste bol ter wereld bent!”
“En dat geloven zij allemaal?! Maar jij toch niet?!”, zei Bolli ontevreden.
Brownie knikte vastberaden van nee!
Bolli was verdrietig dat niemand hem nog leuk vond, maar hij was wel blij dat Brownie er niet was ingetrapt.
Brownie ging Bolli helpen om iedereen te overtuigen dat het niet waar was wat Jack zei!
Toen kwam jack voorbij gelopen met een gemene grijns op zijn gezicht.
Bolli barste in tranen uit!
Wat was Jack toch smerig, vond Brownie!
Bolli kon niet stoppen met huilen, totdat Roza kwam aangelopen.
Bolli veegde zijn tranen even weg.
Hij was opgelucht dat zij er was!
Roza vroeg: “Is het echt waar wat jij allemaal gedaan hebt?”
Brownie sloeg met zijn hand op zijn gezicht.
Bolli begon te trillen met zijn lippen, steeds sneller en sneller en toen ....barste hij opnieuw in tranen uit!
Maar deze keer was het erger!
“Oh nee! Wat heb ik gedaan!”, zei Roza stom.
Brownie riep: “Zie wat je gedaan hebt! Nu is het nog erger dan het al was!”
Na die woorden liep Roza verdrietig weg.
“Oh dankjewel! Daar help je mij mee hoor!”, zei Bolli nogal redelijk bruusk.
Hij liep weg!
Daar stond Brownie dan, helemaal alleen.
Enfin, dat dacht hij toch.
Maar toen zag Brownie weer de grijns van Jack van achter de muur verschijnen!
Er klonk een heel stil gegiechel: “HIHIHI”.
Het was Jack!

Wordt vervolgd


Het flubberbeestje (door Jaco)

Er was eens een flubberbeestje,
hij was oranje.
Iedereen lachte hem uit,
dat vond hij niet leuk!!!!!
Dus hij dacht: “Waarom ben ik zo anders?
Iedereen is toch anders?”
Hij was echt wel anders, want hij woonde namelijk bij de kikkers.
De volgende dag had hij zo slecht geslapen dat hij wou vertrekken naar ergens anders, hij dacht: “Misschien een ver land, alvast ver weg van hier, ver weg van die kwakende slijmerige beesten”.
Hij ging op weg door het bos.
Uren liep hij door, zelfs tot de zon onderging.
Uiteindelijk zag hij een klein stadje.
Hij was blij.
Waarschijnlijk zouden er daar lieve wezens wonen.
Maar toen hij daar binnenkwam, zag hij alleen maar slakken.
Hij dacht: “Eikes, dat zijn ook zulke vieze slijmerige wezens, ik hoop dat het lieve slakken zijn!
Maar zo traag!”
Hij vroeg aan de eerste slak die hij zag: “Zeg eens mijn beste vriend, weet jij een herberg zijn?”
De slak zei met een super trage stem: “Wwwwwwwaaaaaaaaaatttttttt zzzzzzzzzzeeeeeeeeeeeiiiiiiiiiiiiiiii jjjjjjjjjjjeeeeeeeeee?”
Toen hij eindelijk klaar was (er was al een uur voorbij!),
 was het flubberbeestje heel diep aan het slapen (super luid snurkend). De slak draaide zich om (het duurde alweer een uur) en ging verder.
Wanneer het flubberbeestje wakker werd, zag hij dat het al ochtend was, hij zag ook dat de slak nog maar een millimeter verder was.
Hij dacht: “ Wat een rare stad”. Hier wou hij niet blijven dus hij zette zijn tocht verder.
Deze keer ging hij langs de zee.
Toen de zon onderging, zag hij een stad.
Hij hoopte dat het een leuke stad zou zijn.
Toen hij binnenkwam, zag hij allemaal struisvogels.
Ze waren supersnel.
 Aan de eerste struisvogel die hij zag, vroeg hij: “Weet jij een herberg zijn?”
De struisvogel zei supersnel met een piepende stem: “Wat zei je (dat zei ze in 1 seconde)?”
 Het flubberbeestje vroeg alles opnieuw, en dan weer, en dan weer, en zo 100 keer meer.
Toen het ochtend werd, zei de struisvogel: “Is het al zo laat, amaai! Ik ga mij moeten haasten! Euh, pardon!”
“Alweer zo een saaie stad, wanneer komt er eindelijk een keer een leuke stad”, dacht het flubberbeestje.
“Ja! Als het zo zit dan ga ik maar.”
Deze keer ging hij door berg en dal.
Toen de zon weer onderging, zag hij een heel grote stad.
Hij hoopte dat hij deze keer meer geluk had.
Toen hij de stad binnenstapte, zag hij allemaal dikzakken.
Ze waren zo dik dat ze niet meer konden lopen.
Ze moesten rollen.
Hij dacht: “Geen wonder dat ze zo dik zijn, in de winkels staan alleen maar ongezonde dingen.
En de restaurants zijn alleen maar van de Qiuck of Mac Donalds”. Aan de eerste dikzak die hij zag (de dikzak was friet aan het eten), vroeg hij: “Zeg, is er hier een herberg?”
De dikzak rolde plotseling weg en riep: “Help!!!”
Het flubberbeestje rende er zo snel als hij kon achteraan en toen hij hem eindelijk tot stoppen bracht, gaf de dikzak over op het flubberbeestje.
Het flubberbeestje was erg geschrokken.
Maar ook boos, hij wou zich zo snel mogelijk wassen.
Zo snel hij kon, liep hij uit de stad,
terwijl de dikzakken hem uitlachten.
Hij zag een meer en hij dook meteen in het water.
Hij ging er ook snel weer uit, want het water werd al snel groen en bruin van de kots.
 Hij liep naar een omgevallen boomstronk, vol met zachte mos.
“Hier zal ik slapen”, dacht hij.
De volgende ochtend werd hij wakker.
Omdat het flubberbeestje veel zelfvertrouwen had,
zette hij zijn tocht verder.
Deze keer ging hij door de woestijn.
Plotseling deinsde het flubberbeestje achteruit, hij zag een slang!
Het was een ratelslang.
De ratelslang probeerde hem te bijten maar gelukkig riep net op dat moment de vrouw van de ratelslang dat hij de afwas nog moest doen.
Het flubberbeestje liet een diepe zucht.
Hij ging verder.
Toen de zon onderging, zag hij een klein dorpje.
Hij ging naar binnen en zag alleen maar superdunne mensen.
Ze waren zo dun als een lat.
Plots struikelde hij over een steen.
Er kwamen allemaal dunne mensen naar hem toegelopen, zelfs de pers.
Iedereen vroeg: “Heb je je pijn gedaan? Piekt het? Voel je je wel lekker? Hoeveel vingers toon ik?”
Ze stuurden hem zelf naar het ziekenhuis.
“Is het een erg geval?”, vroeg de verpleegster. 
“Ja“, zeiden ze.
Toen ze eindelijk alleen waren, zag hij dat de verpleegster ook  een flubberbeestje was.
Hij was op slag verliefd.
Ze vroeg: “Wie ben jij? Jij bent ook een flubberbeestje.
En vanwaar kom jij? Ze zeggen dat ik het enige flubberbeestje ben!”
“Hè dat zeggen ze bij mij ook!
Ik ben Flubbert.
 En ik kom van de kikkerstad.
En hoe heet jij?”, vroeg Flubbert.
“Oh, ik ben Fleur.
Hoe komt het dat je in het ziekenhuis ligt?”, vroeg Fleur.
Flubbert antwoordde: “Oh, dat ja, ik struikelde over een steen”.
“Lieve hemel! Had dat dan meteen gezegd!”, riep Fleur.
“Rustig.
Kan er nu een keer iemand uitleggen wat er hier aan de hand is?”, vroeg Flubbert.
Fleur zei toen: “Het is jaren geleden dat er iemand is gevallen!!!.
De eerste die ooit viel had nadien een been minder, maar jij,  jij hebt niets, dus je mag uit het ziekenhuis!”
“Echt!”
“Ga je met me mee?!”, vroeg Flubbert.
Fleur zei met een treurige stem: “Nee, sorry ik ben hier te gelukkig”.
Dus vertrok hij maar alleen.
Hij ging naar het oerwoud.
Daar was het eng, want erg donker.
Toen zag hij een stad.
Hij hoopte op meer geluk.
Maar het was een stad met alleen maar robots.
Hij wilde vragen aan een robot of er hier een hotel was, maar  die pakte stiekem zijn portefeuille af.
Flubbert had het niet gezien.
Plots liepen alle robots vlug een huis binnen.
Flubbert dacht: “Waar gaat iedereen naartoe,”.
Toen voelde hij de grond trillen, hij keek omhoog en zag een grote robot, zeker zo groot als een appartement.
Helemaal van goud, met ogen zo rood als bloed en handen zo groot als een villa.
Hij brulde zo luid als 200 bommen die ontploffen.
Bij elke stap van de robot, zag je een put van wel 
100 meteorietinslagen groot.
Nu werd Flubbert een beetje bang!
“Nee... wie niet sterk is moet slim zijn!”, zei hij tegen zichzelf.
De robot vroeg: „Wat heb jij gestolen?”
“Ik heb niets gestolen”, zei Flubbert.
“Ja, ja, ja, dat zegt iedereen!”, zei de robot
“Jij gaat mee naar de rechtbank!”
Flubbert riep: “Nee!, ik ga niet mee!”
En de robot pakte hem mee.
Flubbert brulde als een leeuw.
Een uur later zat hij in de gevangenis.
Plotseling kwam er een dikke robot: ”Hallo, bent u meneer Flubbert Flubberig? Ik ben jouw advocaat”.
 „Mijn advocaat!”, riep Flubbert, die erg geschrokken was: “Maar ik heb geen advocaat nodig!”
De robot zei: “Jawel, het moet van de koning, mensen die stelen moeten een lesje leren!”
Een uur later zat Flubbert bij de rechtbank.
“Heb jij gestolen? Jij wordt verbannen, kom hier nooit meer terug!”, brulde de rechter.
Flubbert liep zo snel hij kon weg, ver weg van de robotstad.
Hij liep door verschillende steden tot hij Fleur tegenkwam.
Zo snel hij kon, liep hij naar haar.
Ze sprongen in elkaars armen, toen hij goed keek zag hij allemaal flubberbeesten.
Fleur en Flubbert trouwden en ze kregen heel veel flubberbeestjes (kinderen).
Een slecht begin maar een goed einde.


.....De Love voor Tijl..... (van Tenjing en Mees)

Op een dag was er een meisje genaamd Carla. Carla haar beste vriendin heette Zita. Ze waren verliefd op dezelfde jongen, een jongen die Tijl heette. Ze waren smoorverliefd op hem. Toen ze het aan elkaar vertelden, kregen ze ruzie. Dus gingen ze aan Tijl vragen op wie hij verliefd was. Ze gingen naar Tijl. Tijl vertelde dat hij en Roos een koppel warn. Toen ze dat hoorden, werden ze zo boos op Roos dat ze samen gingen werken om WRAAK te nemen! Hun plan was: Om bij haar in te breken, en met alcoholstift op haar gezicht te tekenen. De dag na de inbraak kwam ze op school zonder te weten dat dat op haar gezicht stond. Iedereen lachte haar uit, zelfs Tijl.......

Wordt vervolgd

De Wraak van Kim deel 3 (door Isaura)
Kim was vergeten dat ze een mes in haar hand had.
Ze wisselde het mes van hand,
zodat ze -als het paste- haar mes tussen zijn ribben kon steken.
Ze stak haar mes tussen zijn ribben,
omdat ze niet wist wie of wat het was, had ze geen vermoeden dat het misschien haar halve trouwboek kon zijn.
Of misschien wel haar vader!
Dus voor ze het wist lag degene die ze neergestoken had op de grond.
Baf!”
Kim viel ook op de grond, en voelde zich even weer klein.
Toen schrok ze op,
maar waarom had ze zich weer even klein gevoeld?
Ze stond op en draaide zich om.
AAAH!”
Ze schrok zich rot toen ze zag dat ze haar vader had neergestoken.
Ze nam haar Grote Smoel Medium en belde zo vlug ze kon de hulpdiensten.
Wioeuw wioeuw!”
Cindy werd wakker door al dat lawaai.
Ze werd razend toen ze Kim zag!
Ondertussen was Kim bezig haar mes uit de ribben van haar vader te halen.
Later die maand ging Kim kijken hoe het met haar vader ging,
maar tevergeefs… Hij was inmiddels al gestorven.
Niet lang nadat Kim haar gestorven vader ging bezoeken, kwam Andy haar troosten.
Toen Kim alleen op het kerkhof stond en fluisterde: “Sorry papa, ik had het nooit mogen doen.”
Toen op dat moment en niet op een ander, kwam Cindy.
Maar Kim ha een heel scherp gehoor dus had Cindy al van kilomet,ers horen aankomen.
Ze had zich erop voorbereid,
ze wist dat Cindy haar de huid vol puisten zou schelden
en kwam dus in actie.
Ze sprong in 1 vloeiende beweging over het hek van het kerkhof,
liep naar huis, vroeg Andy of hij alle ramen, deuren en luiken wou sluiten en liep toen naar haar slaapkamer,
waar ze uiteindelijk in tranen uit barstte.
De tranen prikten in haar ogen,
maar ze gaf de moed niet op.......
Toen ze wakker werd was het donker,
dus dacht ze dat het nu zou lukken.
Tot haar grote spijt ontdekte ze dat ze de adressenlijst was kwijtgeraakt.
Waarschijnlijk was ze die kwijtgeraakt toen ze over het hek van het kerkhof sprong.
Dus ging ze op haar gevoel af.
“Meeeeeuuuw!”
Maar toen er een auto om de hoek scheurde verloor Kim
al haar moed....
Ze had de auto niet horen aankomen.

Wordt vervolgd..............

De wraak van Kim deel 2 (door Isaura)
Kim kwam een half jaar later vrij
uit de gavangenis.
Ze was nog altijd niet getemd,
ze was zelfs nog bozer!
Nu was ze uit op echte wraak!
Ze had de lijst met adressen van de leerkrachten &
directie
kunnen bemachtigen.
‘s Nachts fietste ze naar het huis van Cindy.
Ze kroop door het raam naar binnen zonder een spoor achter te laten.
Cindy was alleen thuis, dus was het extra gemakkelijk!
Ze liep naar de kamer van Cindy,
nam het vlijmscherpe mes dat ze had meegenomen
en wou Cindy vermoorden,
maar opeens werd ze tegengehouden door een man, want
dat voelde Kim.
Het was een ijzeren greep.
Ze probeerde om de man aan te kijken, maar het lukte niet!
Nu had ze een probleem!
Hoe kan ze het oplossen?
Wordt vervolgd.......

Deel 2
de boeken des boeken (door Tijl)
WAT IS DIT?!? 
Dit is de grootste bibliotheek ter wereld.
Hier staan alle originele boeken, zoals bijvoorbeeld: Het Zwaard Van Arthur, Harry Potter en het echte boek van Da Vinci.
“Hoe heet jij eigenlijk?”, vraagt Leo.
Mijn naam is: Galeos Asprea Sopemaho Ternomasi Omerdia Nerimario
of wel GASTON.
Jij wordt de bibliothecaris van deze bib.
Gaston pakt met behulp van ‘the force’ het zwaard uit de steen en houdt het tegen Leo zijn nek. “Dit mag je tegen niemand maar dan ook tegen niemand zeggen.”
“Oké, oké, het is al goed.”
Bi, bi, bi, bi. Er klapt een groot scherm uit het dak.
“Dit is uit het boek van James Bond, Casino Royale.”
Er verschijnt een zwarte slang op en een belangrijke boodschap.
Die luidt: “De slang is terug. Ik zeg één ding: the spear of destiny.”
“Je moet onmiddellijk vertrekken”, zegt Gaston.
“Hier zijn 2 vliegtuigtickets.
Er zal iemand op het vliegtuig alles aan je uitleggen.
Doe dit medaillon om en leer de taal van de vogel in het vliegtuig, die zal je nodig hebben en let op voor de slang… Die bende kan gevaarlijk zijn.”
Op het vliegtuig komt er een meisje aangelopen en zegt: “Kom mee en vlucht.”
“Waarom jonge dame?” “DE SLANG!
Ze zijn in het hok waar alle noodparachutes hangen.
Trek er een aan”, zeg het meisje.
Ze springen uit het vliegtuig EN….

Wordt vervolgd.

Volleybal (door Zita)

Ik ben zondag naar de sporthal Neptunus geweest,
Daar had ik een volleybalwedstrijd.
We speelden tegen de Kangeroes.
Dat is ook een ploeg, net zoals onze ploeg: de VDK.
We hebben in totaal 4 sets gespeeld.
De eerste twee sets hebben zij gewonnen.
De derde set hebben wij gewonnen.
Toen was het dus 1-2 in de setstand.
De vierde set hebben zij uiteindelijk ook gewonnen. We verloren
dus  helaas 1-3.
Toch was het leuk om het wedstrijdje te spelen.
Achteraf hebben we nog iets gedronken in de cafeteria.
Het was ook wat nieuw voor ons,
want we hadden nog nooit met vier tegen vier gespeeld. Ons verlies is dus welt e bergijpen,
want de anderen speelden al zeker een jaar lang vier tegen vier.
Hopelijk spelen we de volgende keer beter!


The end

De Kleine Ventjes (door Zowi)

Er was eens een jongetje dat Tim heette. Hij was 9 jaar oud, maar was maar 2 cm groot. Hij was een Klein Ventje. Kleine Ventjes wonen net zoals wij in de mensenwereld. Kleine Ventjes wonen in gaten van muren. Er is dus een grote kans dat je ze vindt in je huis. Tim woonde in een grote, oude villa met een super grote tuin. In die tuin stond een super romantisch terrasje dat vooral  werd gebruikt op Valentijn. Tim woonde daar met zijn mama, papa, grote zus, kleine zus en grote broer. Tim had ook een kever als huisdier. Die heette Jaco.
In die grote villa woonde een meisje. Ze heette Zita. Ze was 7 jaar.
Op een mooie dag midden in de zomer, had Tim toch zo'n zin om naar buiten te gaan, want hij was nog nooit naar buiten geweest. Maar zijn mama zei altijd: “Je mag nooit naar buiten gaan! Als je dat doet, dan kom je niet meer terug!” Dus dat kon niet, maar hij had toch zo'n zin! Hij besloot om het toch te doen!
Hij nam zijn kompas, een mand vol met eten, 3 flessen water en een blikje cola.
Hij deed heel voorzichtig de deur open zodat niemand het kon horen. Hij ging heel stilletjes naar buiten en deed de deur weer voorzichtig dicht. Hij vond het zo prachtig buiten en zo groot! Hij liep door het gras naar de deur van de grote villa en zag daar staan: mevrouw en meneer Algerian. Hij zag een muisje binenglippen via de brievenbus. Hij had ook wel zin om een kijkje te nemen in die grote villa. Hij probeerde via een stukje onkruid bij de brievenbus te geraken. Het was moeilijk maar het lukte. Toen Hij bij de brievenbus was wrong Tim zich ertussen. Eindelijk, hij was binnen! Hij liet zich vallen op de mat. Hij stelde zich recht en liep een beetje rond in het huis. Uiteindelijk kwam hij uit in de keuken. Daar zag hij een bakje met eten waarop stond: Antoinet.
Hij zag een kat onder de tafel liggen. Hij zag een band rond haar nek. Daarop stond: Antoinet. Tim liep heel stilletjes over de houten vloer. Maar de volgende stap die hij zette zei: “ KRAK!”
De poes hoorde het en schoot recht. Ze zag Tim en liep er achteraan. Tim liep zo snel hij kon! Hij ging naar links opeens zag hij 2 deuren. De linkse was dicht en de rechtse stond op een kier. Op de linkse stond: Anja en Bram.
En op de rechtse stond er: Zita. Nu wist hij niet wat hij moest doen, want de kat kwam steeds dichterbij! Hij koos de rechtse. Hij ging er net op tijd in.
De kat botste met haar kop tegen de muur. Tim liet een luide zucht. Hij kroop op het grote bed dat in de kamer stond. Toen liet hij zich vallen op het donzige kussen en viel in slaap. 's Avonds kwam Zita thuis. Ze ging naar de badkamer en poetste haar tanden. Ze ging naar haar kamer om te gaan slapen. Ze zag Tim op haar kussen liggen en deed snel haar deur dicht zodanig dat haar mama en papa het niet zouden zien. Ze bekeek Tim en wou hem eens aanraken.
Toen ze voelde schoot Tim wakker en zag Zita. Hij werd smoorverliefd! Maar ze was zo groot! Ze werden vrienden en speelden iedere dag samen.

Wordt vervolgd

Parijs (door Line)

Om 10 uur ‘s ochtends vertrokken we naar Parijs. De autorit duurde ongeveer 3 uur. Toen we aankwamen, gingen we naar ons hotel. Elke kamer had een eigen kleur. Daarom heette het ook Colorhotel. Ik moest met mijn zus een kamer delen. Wij hadden een paarse kamer en mijn mama en stiefpapa hadden een oranje kamer. We hebben onze valiezen uitgepakt en zijn naar Père-Lachaise geweest. Dat is een kerkhof in Parijs. De volgende dag ben ik naar een kerk op een berg geweest en hebben mijn zus en ik een bandje gekocht. Dan zijn we naar de Eifeltoren geweest. Daar kon je niet veel doen, dus zijn we terug naar het hotel gegaan. De volgende dag zijn we naar het Louvre geweest. Daarna trokken we naar de Notre Dame en de Slotjesbrug. Op de laatste dag bezochten we het Paleis van Versailles.

EINDE

DE PISPOT (door Imre)


Op een dag werd een pispot levend. Hij werd levend door een magische plas. De pispot heette Pim de pispot. Hij was het beu dat iedereen in zen mond plaste, dus hij ging weg, ver weg. Hij kwam aan op een open plek en bouwde er een reusachtig huis. Op een dag kwam een jongetje genaamd Hannes langs en plaste het hele huis vol!  De pispot spoelde Hannes daarom door en ging zelf weer op stap. Hannes zat nu vast in de riool. Hij zocht de uitgang. Hannes vond een sprankeltje licht. Hij zag dat hij onder een riooldeksel zat. Hij duwde en duwde, maar het lukte pas na 12 u om het deksel te openen. Hannes besloot wraak te nemen op Pim, maar wist niet waar Pim was. Ondertussen was Pim in Spanje. Pim was van plan tot in Afrika te gaan waar niemand nog in zijn mond zou kunnen plassen
Hannes kwam aan in Spanje en zag overal brieven met Pim op en hij las: “Gezocht in opdracht van de minister.” Ze vonden Pim ook en namen hem gevangen in Noord-Spanje . Hannes schreef naar Pim: “Iik help je morgen om 7 u. Groeten van Hannes.” Pim schreef terug: “Ik wil naar huis.” Hannes bevrijdde pim en bracht hem tuis, maar Pim bedacht zich
en zei dat hij naar Hannes’ huis wou. Toen vroeg Hannes aan zijn moeder Cindy of
het mocht. Cindy zei: “Nee, ik ben blij met onze oude wc-pot.” Maandag vroeg Pim het zelf, maar de moeder zei helaas: “Nee.” Na drie maandagen zei ze uiteindelijk ja en Hannes en Pim werden de beste vrienden .
Einde

De Blauwe Kat (Mees)

Er waren eens katten, alle katten leken op elkaar. Maar er was er één die toch een beetje anders was, want hij was blauw. Verder was alles aan hem hetzelfde.
Toen ze het na gingen kijken bleek dat hij ziek was. Hij was heel erg ziek.
Hij had een giftige blauwe kleurstof in zich en daardoor was hij blauw.
De kleurstof moest eruit gehaald worden, maar dat duurde een hele week. Na die week was hij weer helemaal beter. Iedereen was blij.


EINDE

Naar Polen (van Zita)

Ik ben in de vakantie naar Polen geweest.
We namen de bus van het vliegveld naar Krakau.
Daar hadden we een appartementje dicht bij het park.
We hebben er een zeer oude universiteit bezocht
waar vele belangrijke mensen hebben gestudeerd.
We hebben er ook  een kasteel bezocht.
Vanuit Krakau zijn we naar Krinitsa geweest.
Krinitsa is een stad in de bergen van Polen.
Daar hebben we een hoogteparcours afgelegd.
We hebben er ook met een rubberen boot op een wilde rivier gevaren.
Daarna zijn we in een riviertje gaan zwemmen.
We hebben er ook veel gebadmintond.
Daarna zijn we naar Zakopanè geweest.
Daar bezochten we een thermisch zwembad.
We zijn  ook naar de Ronde van Polen gaan kijken.
We zijn ook op een vlot geweest.
Iedereen was plots aan het lachen…
Ik gaf mijn papa een duw die blijkbaar een beetje te hard was, want hij viel in het water.
Daarna moest mijn papa nat op de bus.
Hij moest ook nat met de auto rijden.
Toch was ik blij dat ik terug thuis was,
want in Polen hadden ze maar drie soorten vlees,
en moesten we daardoor altijd hetzelfde eten.
Einde

De Wraak van Kim (van Isaura)

Ooit was Kim een juffrouw,
maar ze werd ontslagen.
Als juffrouw werd ze geplaagd door haar leerlingen.
Elke avond stond ze vol blauwe plekken, dus dacht de directie (Cindy)
dat Kim een vechtersjuffrouw was.
Daarom werd ze ontslagen.
Maar de wraak van Kim zou zoet zijn (dat had ze zichzelf beloofd).
's Nachts liep ze naar de school.
Ze kroop door het venster dat naar de kelder leidde,
liep toen naar boven naar wat ooit haar klas was geweest,
en nam de Pattex-lijm en spoot die in de lessenaar van
de pesters.
Het was immers hun schuld dat ze elke dag met blauwe plekken op haar huid thuis kwam!
Toen liep ze zo vlug ze kon terug naar huis en wachtte af.....
De volgende dag, toen de pesters hun spullen wouden nemen, lukte het niet!
Ze riepen het uit van schrik en woede,
tjonge tjonge, dat had je moeten zien!
Juffrouw Zita kwam al aanlopen en riep: “Allemachtig,
wat scheelt er met jullie!?”
De pesters zeiden: “Iemand heeft onze lessenaar vol lijm gespoten! En nu krijgen we er onze spullen niet uit!”
Maar juffrouw Zita geloofde dat niet en zei: “Ok, genoeg gelachen, neem nu jullie spullen of moet ik werkelijk eens komen kijken?”
“Ja, juffrouw!"
“Jeeminee, het is echt zo! Dat zal ik eens laten weten aan de directie.”
Even later bij de directie heeft juffrouw Zita alles verteld, en heeft Cindy alles genoteerd.
“Ik denk dat ik al weet wie hier achter zit!”,
zei Cindy met een glimlach.
Een paar maanden later kwam alles aan het licht.
Kim vloog in de gevangenis wegens beschadiging van andermans goederen,
de pesters werden geschort van school en alles was voorbij.
Of toch niet..?! Toen Cindy en Zita na een bezoekje aan Kim weggingen krijste Kim: “Wacht maar! Ik kom terug!!!”
Dus misschien komt er een volgend verhaal, Wie zal het zeggen?

 Doraemon (van Tenjing)


Er was eens een robot en die heette Doraemon. Hij was een tijdreiziger. Hij was van het jaar 3019. Hij reisde naar het jaar 2014. Er was een jongen en die heette Nobita. Nobita was heel vervelend en hij wou gewoon heel de tijd slapen. Hij was altijd moe. Hij had vrienden en die heetten Suzuki, Suneo en Gian. Op een dag kwam Doraemon uit de kast van Nobita. Nobita was verrast. Nobita ging naar Doraemon toe en zei ''Hallo katje.” Doraemon zei: ''Ik ben geen kat!'' Nobita viel flauw. Toen hij wakker werd, stond Doraemon daar gewoon. Doraemon vertelde aan Nobita waarom hij daar was. Doraemon zei ook dat hij gadgets had. Daarna waren Nobita en Doraemon beste vrienden en beleefden ze vele avonturen.












































3 opmerkingen: